BETA Versie: We doen ons uiterste best om deze site foutloos te houden, maar er kan een foutje in sluipen. Zie je iets? Laat het ons weten in een reactie onderaan de pagina. Alvast bedankt!

Vul de eerste naamval (Nominativ) in – oefening 4

Navigatie: Uitleg – Oefening 1 – Oefening 2 – Oefening 3 – Oefening 4 – Oefening 5

Vul de eerste naamval in

Onderaan de pagina staat een tabel met een overzicht van de eerste naamval. Probeer deze zo min mogelijk te raadplegen. Met de knop hieronder kun je het geslacht aan- of uitzetten. Daag jezelf uit om ook dit zo min mogelijk te gebruiken!

1. Antwort muss korrigiert werden. (jed-) (vrouwelijk)
2. Freund wohnt in Berlin. (mein) (mannelijk)
3. Wasser ist eiskalt. (der-groep) (onzijdig)
4. Schweiz ist bekannt für Berge. (der-groep) (vrouwelijk)
5. Vögel fliegen nach Süden. (dies-) (meervoud)
6. Mann muss mithelfen. (jed-) (mannelijk)
7. Fahrrad hat einen Platten. (unser) (onzijdig)
8. Grippe zwingt ihn ins Bett. (ein) (vrouwelijk)
9. Taschen stehen im Flur. (dein) (meervoud)
10. Schlüssel liegt auf der Kommode. (ihr) (mannelijk)
MannelijkVrouwelijkOnzijdigMeervoud
Der-groepderdiedasdie
Ein-groepeineineeinkeine

Geef een reactie