BETA Versie: We doen ons uiterste best om deze site foutloos te houden, maar er kan een foutje in sluipen. Zie je iets? Laat het ons weten in een reactie onderaan de pagina. Alvast bedankt!

Vul de eerste naamval (Nominativ) in – oefening 1

Navigatie: UitlegOefening 1Oefening 2Oefening 3Oefening 4Oefening 5

Vul de eerste naamval in

Onderaan de pagina staat een tabel met een overzicht van de eerste naamval. Probeer deze zo min mogelijk te raadplegen. Met de knop hieronder kun je het geslacht aan- of uitzetten. Daag jezelf uit om ook dit zo min mogelijk te gebruiken!

1. Hund bellt laut. (mein) (mannelijk)
2. Buch liegt auf dem Tisch. (der-groep) (onzijdig)
3. Mutter kocht heute. (mein) (vrouwelijk)
4. Spielzeuge sind neu. (sein) (meervoud)
5. Dort steht Baum. (der-groep) (mannelijk)
6. Bier steht auf dem Tresen. (ein) (onzijdig)
7. Schwester lernt Deutsch. (sein) (vrouwelijk)
8. Kinder spielen im Garten. (mein) (meervoud)
9. Ist das Bruder? (dein) (mannelijk)
10. Haus muss stabil sein. (ein) (onzijdig)
MannelijkVrouwelijkOnzijdigMeervoud
Der-groepderdiedasdie
Ein-groepeineineeinkeine

Geef een reactie