BETA Versie: We doen ons uiterste best om deze site foutloos te houden, maar er kan een foutje in sluipen. Zie je iets? Laat het ons weten in een reactie onderaan de pagina. Alvast bedankt!

Vul de 1e, 3e of 4e naamval in – oefening 3

Navigatie: UitlegOefening 1Oefening 2Oefening 3Oefening 4Oefening 5

Vul de eerste, derde of vierde naamval in

Onderaan de pagina staat een tabel met een overzicht van de naamvallen. Probeer deze zo min mogelijk te raadplegen. Met de knoppen hieronder kun je het geslacht en de naamval aan- of uitzetten. Daag jezelf uit om ook dit zo min mogelijk te gebruiken!

1. Er liebt Schwester. (sein) (vrouwelijk) (vierde naamval)
2. Ich rufe Kinder an. (mein) (meervoud) (vierde naamval)
3. Das passt Mann nicht. (dies-) (mannelijk) (derde naamval)
4. Kinder spelen im Garten. (mein) (meervoud) (eerste naamval)
5. Für Bruder habe ich ein Geschenk. (dein) (mannelijk) (vierde naamval)
6. Gefällt das Schwester? (dein) (vrouwelijk) (derde naamval)
7. Ist das Bruder? (dein) (mannelijk) (eerste naamval)
8. Wir bauen Haus. (ein) (onzijdig) (vierde naamval)
9. Mit Hunde gehen wir im Park spazieren. (der-groep) (meervoud) (derde naamval)
10. Haus muss stabil sein. (ein) (onzijdig) (eerste naamval)

Eerste naamval

MannelijkVrouwelijkOnzijdigMeervoud
Der-groepderdiedasdie
Ein-groepeineineeinkeine

Derde naamval

MannelijkVrouwelijkOnzijdigMeervoud
Der-groepdemderdemden + -(e)n
Ein-groepeinemeinereinemkeinen + -(e)n

Vierde naamval

MannelijkVrouwelijkOnzijdigMeervoud
Der-groepdendiedasdie
Ein-groepeineneineeinkeine

Geef een reactie