BETA Versie: We doen ons uiterste best om deze site foutloos te houden, maar er kan een foutje in sluipen. Zie je iets? Laat het ons weten in een reactie onderaan de pagina. Alvast bedankt!

Vul de 1e, 3e of 4e naamval in – oefening 2

Navigatie: Uitleg – Oefening 1 – Oefening 2 – Oefening 3 – Oefening 4 – Oefening 5

Vul de eerste, derde of vierde naamval in

Onderaan de pagina staat een tabel met een overzicht van de naamvallen. Probeer deze zo min mogelijk te raadplegen. Met de knoppen hieronder kun je het geslacht en de naamval aan- of uitzetten. Daag jezelf uit om ook dit zo min mogelijk te gebruiken!

1. Das Buch gehört Kind. (der-groep) (onzijdig) (derde naamval)
2. Spielzeuge sind neu. (sein) (meervoud) (eerste naamval)
3. Siehst du Baum? (der-groep) (mannelijk) (vierde naamval)
4. Sie antwortet Lehrerin. (unser) (vrouwelijk) (derde naamval)
5. Dort steht Baum. (der-groep) (mannelijk) (eerste naamval)
6. Wir trinken Bier. (ein) (onzijdig) (vierde naamval)
7. Nach Spiel gingen wir nach Hause. (der-groep) (onzijdig) (derde naamval)
8. Bier steht auf dem Tresen. (ein) (onzijdig) (eerste naamval)
9. Schwester lernt Deutsch. (sein) (vrouwelijk) (eerste naamval)
10. Seit Monat wohne ich hier. (ein) (mannelijk) (derde naamval)

Eerste naamval

MannelijkVrouwelijkOnzijdigMeervoud
Der-groepderdiedasdie
Ein-groepeineineeinkeine

Derde naamval

MannelijkVrouwelijkOnzijdigMeervoud
Der-groepdemderdemden + -(e)n
Ein-groepeinemeinereinemkeinen + -(e)n

Vierde naamval

MannelijkVrouwelijkOnzijdigMeervoud
Der-groepdendiedasdie
Ein-groepeineneineeinkeine

Geef een reactie