BETA Versie: We doen ons uiterste best om deze site foutloos te houden, maar er kan een foutje in sluipen. Zie je iets? Laat het ons weten in een reactie onderaan de pagina. Alvast bedankt!

Passé composé – Uitleg & Oefeningen

De Passé Composé is de voltooid tegenwoordige tijd. Je gebruikt deze vorm om te praten over afgeronde acties in het verleden.

Je gebruikt de Passé Composé in de volgende gevallen:

1. Afgeronde actie

Je gebruikt de Passé Composé voor een actie die op een bepaald moment plaatsvond en helemaal is afgelopen. De focus ligt op het feit dát de actie is voltooid.

  • Sébastien a acheté une nouvelle guitare hier. (Sébastien heeft gisteren een nieuwe gitaar gekocht.)
  • Lundi dernier, nous sommes arrivés tard à l’école. (Afgelopen maandag zijn we te laat op school aangekomen.)

2. Herhaalde acties

Als een actie in het verleden een concreet aantal keren is gebeurd (of een duidelijk teltal heeft), gebruik je de Passé Composé.

  • J’ai regardé ce film deux fois. (Ik heb die film twee keer gekeken.)
  • Elle a appelé son frère trois fois ce matin. (Ze heeft haar broer vanochtend drie keer gebeld.)

Let op: Als het een gewoonte was zonder specifiek aantal (“vroeger ging ik altijd…”), gebruik je de Imparfait. Maar zodra je telt (“ik ben er drie keer geweest”), wordt het Passé Composé!

3. Meerdere gebeurtenissen achter elkaar

Wanneer je een verhaal vertelt waarin gebeurtenissen elkaar achter elkaar opvolgen, gebruik je voor elke actie in die keten de Passé Composé.

  • Je suis rentré à la maison, j’ai ouvert le frigo et j’ai préparé un sandwich. (Ik kwam thuis, ik opende de koelkast en ik maakte een sandwich.)
  • Il a fini ses devoirs, il a fermé son ordinateur et il est sorti. (Hij maakte zijn huiswerk af, sloot zijn computer en ging naar buiten.)

De Passé Composé bestaat uit twee onderdelen:

Vervoeging van Avoir of Être (Présent) + Voltooid Deelwoord (participe passé)

Avoir of Être?

Avoir

De meeste Franse werkwoorden vormen de passé composé met het hulpwerkwoord avoir.

  • J’ai écouté la radio. (Ik heb naar de radio geluisterd.)
  • Nous avons vendu la maison. (Wij hebben het huis verkocht.)
Être

Je gebruikt être als hulpwerkwoord bij:

  1. Wederkerige werkwoorden (verbes pronominaux):
    • Je me suis levé à sept heures. (Ik ben om zeven uur opgestaan.)
  2. Deze 16 werkwoorden die verandering of beweging laten zien:
    • naître / mourir
    • aller / venir
    • monter / descendre
    • arriver / partir
    • entrer / sortir
    • apparaître / devenir
    • rester / retourner / tomber

Als je het hulpwerkwoord être gebruikt, past het voltooid deelwoord zich aan het onderwerp aan. Je kijkt hierbij naar het geslacht (mannelijk of vrouwelijk) en het getal (enkelvoud of meervoud):

  • Mannelijk enkelvoud: er verandert niets
    • Voorbeeld: Il est parti.
  • Vrouwelijk enkelvoud: je voegt een -e toe
    • Voorbeeld: Elle est partie.
  • Mannelijk meervoud: je voegt een -s toe
    • Voorbeeld: Ils sont partis.
  • Vrouwelijk meervoud: je voegt -es toe
    • Voorbeeld: Elles sont parties.

Het Voltooid Deelwoord (Participe Passé)

Regelmatige werkwoorden:

  • Werkwoorden op -er -> stam + é (regarder -> regardé)
  • Werkwoorden op -ir -> stam + i (choisir -> choisi)
  • Werkwoorden op -re -> stam + u (attendre -> attendu)

Onregelmatige werkwoorden:

Onregelmatige voltooid deelwoorden moet je uit je hoofd leren. Veelvoorkomende voorbeelden zijn: avoir -> eu, être -> été, faire -> fait, voir -> vu, prendre -> pris, dire -> dit.

Klik hier voor een overzicht van alle Franse onregelmatige werkwoorden (let op, je verlaat onze website!)

In de passé composé zet je ne...pas altijd om het hulpwerkwoord (avoir of être).

Voorbeelden:

  • Je n’ai pas mangé. (Ik heb niet gegeten)
  • Nous n’avons pas compris la leçon. (Wij hebben de les niet begrepen)
  • Je ne suis pas allé au cinéma. (Ik ben niet naar de bioscoop gegaan)

Geef een reactie