BETA Versie: We doen ons uiterste best om deze site foutloos te houden, maar er kan een foutje in sluipen. Zie je iets? Laat het ons weten in een reactie onderaan de pagina. Alvast bedankt!

Le Présent (De Tegenwoordige Tijd) – Uitleg & Oefeningen

De Présent gebruik je om te vertellen wat er nu gebeurt of wat regelmatig gebeurt. Denk aan: “Ik praat” of “Wij wonen in Nederland”.

Er zijn drie groepen regelmatige werkwoorden (eindigend op -er, -ir, en -re) en een groep onregelmatige werkwoorden. Dit bepaalt hoe je het werkwoord vervoegt.

Werkwoorden op -er

Een groot deel van alle Franse werkwoorden eindigt op -er (zoals parler = praten, habiter = wonen).

  1. Neem het hele werkwoord (bijvoorbeeld: parler).
  2. Haal -er eraf. Je houdt nu de stam over (parl-).
  3. Plak de juiste uitgang achter de stam.
Persoon Vorm (parler)
je / j’ parle
tu parles
il / elle / on parle
wir / nous parlons
vous parlez
ils / elles parlent

Werkwoorden op -ir

Dit zijn werkwoorden zoals finir (eindigen/afmaken) of choisir (kiezen).

  1. Haal -ir van het hele werkwoord af om de stam te krijgen (fin-).
  2. Plak de uitgangen erachter. Let op de ‘iss’-klank in het meervoud!
Persoon Vorm (finir)
je / j’ finis
tu finis
il / elle / on finit
nous finissons
vous finissez
ils / elles finissent

Werkwoorden op -re

Dit zijn werkwoorden zoals vendre (verkopen) of attendre (wachten).

  1. Haal -re van het werkwoord af voor de stam (vend-).
  2. Plak de uitgangen erachter.
Persoon Vorm (vendre)
je / j’ vends
tu vends
il / elle / on vend
nous vendons
vous vendez
ils / elles vendent

Onregelmatige werkwoorden volgen niet de vaste regels van -er, -ir of -re. Deze vervoegingen zul je uit je hoofd moeten leren.

Belangrijkste onregelmatige werkwoorden

We raden het aan om ten minste deze 4 onregelmatige werkwoorden uit je hoofd te leren.

Onderwerp avoir (hebben) être (zijn) aller (gaan) faire (maken/doen)
je / j’ ai suis vais fais
tu as es vas fais
il / elle / on a est va fait
nous avons sommes allons faisons
vous avez êtes allez faites
ils / elles ont sont vont font
Werkwoord Vertaling je / j’ tu il/elle/on nous vous ils/elles
avoirhebbenaiasaavonsavezont
êtrezijnsuisesestsommesêtessont
allergaanvaisvasvaallonsallezvont
fairemaken/doenfaisfaisfaitfaisonsfaitesfont
venirkomenviensviensvientvenonsvenezviennent
prendrenemenprendsprendsprendprenonsprenezprennent
pouvoirkunnen/mogenpeuxpeuxpeutpouvonspouvezpeuvent
vouloirwillenveuxveuxveutvoulonsvoulezveulent
devoirmoetendoisdoisdoitdevonsdevezdoivent
savoirwetensaissaissaitsavonssavezsavent
voirzienvoisvoisvoitvoyonsvoyezvoient
direzeggendisdisditdisonsditesdisent
lirelezenlislislitlisonslisezlisent
écrireschrijvenécrisécrisécritécrivonsécrivezécrivent
mettrezetten/leggenmetsmetsmetmettonsmettezmettent

Klik hier voor een lijst met alle onregelmatige werkwoorden (let op je verlaat onze website!)


Geef een reactie