Futur proche
Wanneer gebruik je de futur proche?
Je gebruikt de futur proche in de volgende situaties:
- Iets gaat op korte termijn gebeuren (nabije toekomst):
- Je vais manger un pomme. (Ik ga zo een appel eten.)
- Iets staat al vast of is een concreet plan:
- Cet été, nous allons voyager en France. (Deze zomer gaan we naar Frankrijk reizen.)
Hoe vorm je de futur proche?
Om de futur proche te vormen gebruik je de stam van het werkwoord aller (gaan) in de Présent met daarachter het hele werkwoord.
Futur proche = vorm van Aller in de Présent + heel werkwoord
Het enige wat je hoeft te kennen, is de vervoeging van aller (gaan):
| Onderwerp | Aller |
| je | vais |
| tu | vas |
| il / elle | va |
| nous | allons |
| vous | allez |
| ils / elles | vont |
Voorbeelden
- Je vais parler avec le professeur.
- Vorm van aller: vais
- Heel werkwoord: parler
- Betekenis: Ik ga met de docent praten.
- Il va vendre son vélo.
- Vorm van aller: va
- Heel werkwoord: vendre
- Betekenis: Hij gaat zijn fiets verkopen.
Ontkennende zinnen futur proche (Ne … pas)
De ontkenning komt om de vervoegde vorm van aller te staan, niet om het hele werkwoord:
- Je ne vais pas manger. (Ik ga niet eten.)
Futur simple
Wanneer gebruik je de futur simple?
Je gebruikt de futur simple in de volgende situaties:
- Gebeurtenissen verder in de toekomst (geen directe planning):
- Plus tard, je serai médecin. (Later zal ik dokter zijn.)
- Voorspellingen of verwachtingen:
- En 2050, les voitures voleront. (In 2050 zullen auto’s vliegen.)
- Beloftes of voornemens:
- Je t’aiderai demain, c’est promis. (Ik zal je morgen helpen, dat beloof ik.)
- Formele berichten, nieuws of weerberichten:
- Demain, il fera beau sur tout le pays. (Morgen zal het mooi weer zijn in het hele land.)
Hoe vorm je de futur simple?
| Vorm | -er werkwoord (aimer) | -ir werkwoord (finir) | -re werkwoord (vendre) |
| je / j’ | j’aimerai | je finirai | je vendrai |
| tu | tu aimeras | tu finiras | tu vendras |
| il / elle / on | il aimera | il finira | il vendra |
| nous | nous aimerons | nous finirons | nous vendrons |
| vous | vous aimerez | vous finirez | vous vendrez |
| ils / elles | ils aimeront | ils finiront | ils vendront |
Uitzonderingen: Avoir & Être
De twee belangrijkste hulpwerkwoorden krijgen een eigen stam in de Futur Simple, maar ze gebruiken wel gewoon de bekende uitgangen:
- Avoir (hebben) -> stam: aur- (j’aurai, tu auras, il aura…)
- Être (zijn) -> stam: ser- (je serai, tu seras, il sera…)
| Vorm | Avoir (hebben) | Être (zijn) |
| je / j’ | j’aurai | je serai |
| tu | tu auras | tu seras |
| il / elle / on | il aura | il sera |
| nous | nous aurons | nous serons |
| vous | vous aurez | vous serez |
| ils / elles | ils auront | ils seront |
Spellingsregels futur simple
Sommige werkwoorden ondergaan een kleine klank- of spelligsverandering in de stam voordat je de uitgang erachter plakt:
- Spellingwijzigingen in de stam:
- Stomme e wordt è: Werkwoorden met een stomme ‘e’ in de laatste lettergreep krijgen een accent grave op de stam.
- Voorbeeld:
- peser -> je pèserai
- modeler -> je modèlerai
- Voorbeeld:
- Dubbele medeklinker (-eler / -eter): Bij werkwoorden zoals jeter of appeler wordt de medeklinker verdubbeld.
- Voorbeeld:
- jeter -> je jetterai |
- appeler -> j’appellerai
- Voorbeeld:
- Y wordt I (-yer): Werkwoorden op -yer veranderen de y in een i. Bij werkwoorden op -ayer mag je kiezen tussen een y of een i.
- Voorbeeld:
- employer -> j’emploierai
- Let op: uitzonderingen hierop zijn envoyer -> j’enverrai en renvoyer -> je renverrai)
- Voorbeeld:
- Stomme e wordt è: Werkwoorden met een stomme ‘e’ in de laatste lettergreep krijgen een accent grave op de stam.
- Werkwoorden met een ‘dubbele r’ (wegvallende ‘i’): Bij werkwoorden zoals courir (rennen) en mourir (sterven) valt de i uit de uitgang weg, waardoor je een dubbele r krijgt.
- Voorbeeld:
- courir -> je courrai
- mourir -> je mourrai
- Voorbeeld:
- Onregelmatige stammen (-oir & bekende werkwoorden): Werkwoorden die eindigen op -oir (zoals pouvoir, vouloir, devoir) en enkele veelgebruikte werkwoorden zoals aller, faire en venir hebben een afwijkende stam.
- Voorbeeld:
- pouvoir -> je pourrai
- faire -> je ferai
- venir -> je viendrai
- Voorbeeld:
Ontkennende zinnen futur simple (Ne … pas)
In een ontkennende zin staan de twee delen van de ontkenning (ne en pas, ne en jamais, etc.) simpelweg om het vervoegde werkwoord heen.
- Bevestigend: Je ferai mes devoirs. (Ik zal mijn huiswerk maken.)
- Ontkennend: Je ne ferai pas mes devoirs. (Ik zal mijn huiswerk niet maken.)