BETA Versie: We doen ons uiterste best om deze site foutloos te houden, maar er kan een foutje in sluipen. Zie je iets? Laat het ons weten in een reactie onderaan de pagina. Alvast bedankt!

Toekomende tijd I in het Duits (Futur I)

Met de Futur I geef je in het Duits aan dat iets in de toekomst gaat gebeuren.

Je gebruikt de Futur I in de volgende vier gevallen:

1. Iets wat in de toekomst gaat gebeuren (Voorspelling)
  • Duits: Es wird regnen.
  • Nederlands: Het zal gaan regenen. / Het gaat regenen.
2. Een plan of voornemen (Vooral bij ‘ich’ en ‘wir’)
  • Duits: Ich werde morgen fliegen.
  • Nederlands: Ik zal morgen vliegen. / Ik ga morgen vliegen.
  • Let op: Is het plan al 100% zeker? Dan gebruiken Duitsers vaak gewoon de tegenwoordige tijd (Präsens): Er fliegt morgen (Hij vliegt morgen).
3. Een bevel geven (In plaats van de gebiedende wijs)

Soms kun je de toekomende tijd gebruiken om iemand heel streng te vertellen wat hij of zij moet doen.

  • Duits: Du wirst jetzt die Hausaufgaben machen!
  • Nederlands: Je gaat nú je huiswerk maken!
4. Een vermoeden

Je kunt de Futur I ook gebruiken als je denkt dat iets op dit moment waarschijnlijk aan de hand is.

  • Duits: Sie wird müde sein.
  • Nederlands: Ze zal wel moe zijn. / Zij is vast moe.

Je hebt er maar twee dingen nodig om de Futur 1 te vormen:

  1. De juiste vorm van het hulpwerkwoord werden (in de tegenwoordige tijd).
  2. Het hele werkwoord (de infinitief) van de actie.
VervoegingBetekenis
ich werde lernenik zal leren / ik ga leren
du wirst lernenjij zult leren / jij gaat leren
er/sie/es wird lernenhij/zij/het zal leren / gaat leren
wir werden lernenwij zullen leren / wij gaan leren
ihr werdet lernenjullie zullen leren / jullie gaan leren
(tegen een groep)
sie werden lernenzij zullen leren / zij gaan leren
  • Sie wird ein Auto kaufen. (Zij zal een auto kopen. / Zij gaat een auto kopen.)
  • Wir werden unsterblich sein. (Wij zullen onsterfelijk zijn.)