BETA Versie: We doen ons uiterste best om deze site foutloos te houden, maar er kan een foutje in sluipen. Zie je iets? Laat het ons weten in een reactie onderaan de pagina. Alvast bedankt!

Konjunktiv II (Duits) – Uitleg & Oefeningen

Je gebruikt de Konjunktiv II in situaties die niet echt zijn, of als je extra aardig wilt klinken. Denk aan:

  • Dromen en fantasieën
    • Als ik een vogel zou zijn, zou ik naar Spanje vliegen. -> Wenn ich ein Vogel wäre, würde ich nach Spanien fliegen.
  • Beleefd iets vragen
    • Ik zou graag een pizza willen bestellen. -> Ich hätte gern eine Pizza.
  • Advies geven
    • Als ik jou was, zou ik meer slapen. -> Wenn ich an deiner Stelle wäre, würde ich mehr schlafen.
  • Bij de woorden fast of beinahe
    • Ik viel bijna van mijn fiets. -> Ich wäre fast vom Fahrrad gefallen.

Sommige werkwoorden zijn zo belangrijk dat ze hun eigen, unieke Konjunktiv-vorm hebben. Dit geldt vooral voor hulpwerkwoorden (haben, sein, werden) en modale hulpwerkwoorden (können, müssen, etc.).

Vaak pak je de verleden tijd (Präteritum) en zet je er een umlaut op + de juiste uitgang.

Hulpwerkwoorden

Persoon sein haben werden
ichwärehättewürde
duwärsthättestwürdest
er / sie / eswärehättewürde
wirwärenhättenwürden
ihrwärthättetwürdet
sie / Siewärenhättenwürden

Modale hulpwerkwoorden

Let op: sollen en wollen krijgen geen umlaut in de Konjunktiv II!
Persoon dürfen können mögen müssen sollen wollen
ich dürfte könnte möchte müsste sollte wollte
du dürftest könntest möchtest müsstest solltest wolltest
er / sie / es dürfte könnte möchte müsste sollte wollte
wir dürften könnten möchten müssten sollten wollten
ihr dürftet könntet möchtet müsstet solltet wolltet
sie / Sie dürften könnten möchten müssten sollten wollten

Andere sterke werkwoorden met een eigen vorm

Een klein groepje veelgebruikte werkwoorden heeft ook een eigen vorm. Hoewel je hier ook “würde + hele werkwoord” (zie hieronder) mag gebruiken, klinkt de originele vorm vaak beter:

  • wissen -> ich wüsste (ik zou weten)
  • kommen -> ich käme (ik zou komen)
  • geben -> es gäbe (er zou zijn / er zou geven)
  • finden -> ich fände (ik zou vinden)

Bij normale (zwakke) werkwoorden is de originele Konjunktiv II-vorm precies hetzelfde als de Präterium. Om verwarring te voorkomen, gebruiken we daarvoor een handige truc: würde + het hele werkwoord (infinitief).

Vervoeging van würde + hele werkwoord (bijv. kaufen):

Persoon Voorbeeld (kaufen)
ich würde kaufen
du würdest kaufen
er / sie / es würde kaufen
wir würden kaufen
ihr würdet kaufen
sie / Sie würden kaufen

Voorbeeld: Ich würde gerne ein neues Auto kaufen. (Ik zou graag een nieuwe auto kopen.)


Geef een reactie