BETA Versie: We doen ons uiterste best om deze site foutloos te houden, maar er kan een foutje in sluipen. Zie je iets? Laat het ons weten in een reactie onderaan de pagina. Alvast bedankt!

Het persoonlijk voornaamwoord (pers. vnw)

Een persoonlijk voornaamwoord (pers. vnw.) is een woord dat verwijst naar een persoon, dier of ding, zonder dat je de naam steeds opnieuw hoeft te noemen.
Het vervangt dus een zelfstandig naamwoord.

Bijvoorbeeld:

  • Kees gaat naar school. Hij is op tijd.
  • De hond blaft. Hij wil eten.
  • Dit boek is leuk. Het is spannend.

Persoonlijke voornaamwoorden in de onderwerpsvorm zijn de woorden die het onderwerp van de zin aanduiden.


Voorbeelden:

  • Hij is dol op spruitjes.
  • Jullie hebben geluk gehad.
  • We zijn naar een gaaf pretpark geweest.
  • Zij werken graag hard.
EnkelvoudPersoonlijk voornaamwoord (onderwerpsvorm)Persoonlijk voornaamwoord (voorwerpsvorm)
1e persoonikmij / me
2e persoonjij / je, ujou / je, u
3e persoonhij, zij / ze, hethem, haar, het

Naast het onderwerp kunnen persoonlijke voornaamwoorden ook voorkomen als lijdend voorwerp of meewerkend voorwerp. Dan spreken we van de voorwerpsvorm.

Voorbeelden:

  • Katie heeft mij een mooi cadeau gegeven. (meewerkend voorwerp)
  • Dennis heeft hem niet gezien. (lijdend voorwerp)
  • De jongen is altijd bij hen. (voorzetselvoorwerp)
  • Pablo geeft hun een bloemetje. (meewerkend voorwerp)

Deze woorden staan dus niet op de plek van het onderwerp, maar vullen een andere functie in de zin.

MeervoudPersoonlijk voornaamwoord (onderwerpsvorm)Persoonlijk voornaamwoord (voorwerpsvorm)
1e persoonwij / weons
2e persoonjullie, ujullie, u
3e persoonzij / zehen / hun / ze

Lees hier over het verschil tussen het bezittelijk en persoonlijk voornaamwoord


Klik het persoonlijk voornaamwoord aan in de zin (korte zinnen)

Klik het persoonlijk voornaamwoord aan in de zin (lange zinnen)

Geef een reactie