Wanneer gebruik je de futur simple?
Je gebruikt de futur simple in de volgende situaties:
- Gebeurtenissen verder in de toekomst (geen directe planning):
- Plus tard, je serai médecin. (Later zal ik dokter zijn.)
- Voorspellingen of verwachtingen:
- En 2050, les voitures voleront. (In 2050 zullen auto’s vliegen.)
- Beloftes of voornemens:
- Je t’aiderai demain, c’est promis. (Ik zal je morgen helpen, dat beloof ik.)
- Formele berichten, nieuws of weerberichten:
- Demain, il fera beau sur tout le pays. (Morgen zal het mooi weer zijn in het hele land.)
Hoe vorm je de futur simple?
| Vorm | -er werkwoord (aimer) | -ir werkwoord (finir) | -re werkwoord (vendre) |
| je / j’ | j’aimerai | je finirai | je vendrai |
| tu | tu aimeras | tu finiras | tu vendras |
| il / elle / on | il aimera | il finira | il vendra |
| nous | nous aimerons | nous finirons | nous vendrons |
| vous | vous aimerez | vous finirez | vous vendrez |
| ils / elles | ils aimeront | ils finiront | ils vendront |
Uitzonderingen: Avoir & Être
De twee belangrijkste hulpwerkwoorden krijgen een eigen stam in de Futur Simple, maar ze gebruiken wel gewoon de bekende uitgangen:
- Avoir (hebben) -> stam: aur- (j’aurai, tu auras, il aura…)
- Être (zijn) -> stam: ser- (je serai, tu seras, il sera…)
| Vorm | Avoir (hebben) | Être (zijn) |
| je / j’ | j’aurai | je serai |
| tu | tu auras | tu seras |
| il / elle / on | il aura | il sera |
| nous | nous aurons | nous serons |
| vous | vous aurez | vous serez |
| ils / elles | ils auront | ils seront |
Spellingsregels futur simple
Sommige werkwoorden ondergaan een kleine klank- of spelligsverandering in de stam voordat je de uitgang erachter plakt:
- Spellingwijzigingen in de stam:
- Stomme e wordt è: Werkwoorden met een stomme ‘e’ in de laatste lettergreep krijgen een accent grave op de stam.
- Voorbeeld:
- peser -> je pèserai
- modeler -> je modèlerai
- Voorbeeld:
- Dubbele medeklinker (-eler / -eter): Bij werkwoorden zoals jeter of appeler wordt de medeklinker verdubbeld.
- Voorbeeld:
- jeter -> je jetterai |
- appeler -> j’appellerai
- Voorbeeld:
- Y wordt I (-yer): Werkwoorden op -yer veranderen de y in een i. Bij werkwoorden op -ayer mag je kiezen tussen een y of een i.
- Voorbeeld:
- employer -> j’emploierai
- Let op: uitzonderingen hierop zijn envoyer -> j’enverrai en renvoyer -> je renverrai)
- Voorbeeld:
- Stomme e wordt è: Werkwoorden met een stomme ‘e’ in de laatste lettergreep krijgen een accent grave op de stam.
- Werkwoorden met een ‘dubbele r’ (wegvallende ‘i’): Bij werkwoorden zoals courir (rennen) en mourir (sterven) valt de i uit de uitgang weg, waardoor je een dubbele r krijgt.
- Voorbeeld:
- courir -> je courrai
- mourir -> je mourrai
- Voorbeeld:
- Onregelmatige stammen (-oir & bekende werkwoorden): Werkwoorden die eindigen op -oir (zoals pouvoir, vouloir, devoir) en enkele veelgebruikte werkwoorden zoals aller, faire en venir hebben een afwijkende stam.
- Voorbeeld:
- pouvoir -> je pourrai
- faire -> je ferai
- venir -> je viendrai
- Voorbeeld:
Ontkennende zinnen in de futur simple (Ne … pas)
In een ontkennende zin staan de twee delen van de ontkenning (ne en pas, ne en jamais, etc.) simpelweg om het vervoegde werkwoord heen.
- Bevestigend: Je ferai mes devoirs. (Ik zal mijn huiswerk maken.)
- Ontkennend: Je ne ferai pas mes devoirs. (Ik zal mijn huiswerk niet maken.)