BETA Versie: We doen ons uiterste best om deze site foutloos te houden, maar er kan een foutje in sluipen. Zie je iets? Laat het ons weten in een reactie onderaan de pagina. Alvast bedankt!

Present Perfect Continuous

1. Activiteiten in het recente verleden

We gebruiken de present perfect continuous voor een activiteit die net is afgelopen of gestopt in het recente verleden. De focus ligt hierbij op de bezigheid zelf, niet op het tijdstip. Hoewel de actie voorbij is, kunnen we het resultaat direct zien, voelen of ruiken in het heden.

Voorbeelden:

  • Je bent helemaal buiten adem!Have you been running? (Het rennen is gestopt, maar het hijgen is het resultaat).
  • Er zit verf in je haar.I’ve been painting the living room. (Het schilderen is klaar of even gepauzeerd, de verf is het bewijs).
  • De keuken is een puinhoop.The kids have been baking cookies.

2. Eén voortdurende gebeurtenis

We gebruiken deze tijdsvorm ook voor een enkele activiteit die op een moment in het verleden begon en nu nog steeds bezig is. De actie is ononderbroken.

Voorbeelden:

  • We have been watching this series all afternoon. (We kijken nu nog steeds).
  • She has been working at that company for ten years now. (Ze werkt er nog steeds).
  • I’m sorry for the noise, my neighbour has been drilling holes since 8:00 AM.

3. Herhalende voortdurende gebeurtenissen

Je gebruikt de present perfect continuous ook om te praten over activiteiten die zich herhalen. Dit begon in het verleden en herhaalt zich tot op de dag van vandaag. Het is dus niet één lange zit, maar een reeks van dezelfde acties.

Voorbeelden:

  • I’ve been taking piano lessons since last summer. (Niet non-stop, maar wekelijks).
  • He has been calling me all day. (Meerdere telefoontjes verspreid over de dag).
  • They have been eating a lot of healthy food lately. (Een nieuwe gewoonte die zich herhaalt).

4. Hoe lang …? (Duur)

We gebruiken deze vorm heel vaak om vragen te stellen (en te beantwoorden) over de tijdsduur van een activiteit. De constructie is vaak: How long + present perfect continuous. De focus ligt op het verloop van de tijd.

Voorbeelden:

  • A: How long have you been learning Dutch? B: I’ve been learning it for six months.
  • A: How long bas she been playing that video game? B: Since she came home from school.
SoortVormVoorbeeld
Bevestigend (+)She, he, it
I, you, we, they + Have/Has + been + …ing
She has been sleeping all day.
Ontkennend (-)She, he, it
I, you, we, they + Have/Has + not + been + …ing
He hasn’t been sleeping well.
Vragend (?)Have/Has + She, he, it
I, you, we, they + been + …ing
Have they been sleeping?

Bevestigende zinnen

Ontkennende zinnen

Vragende zinnen

Geef een reactie