Het voltooid deelwoord is een werkwoordsvorm die aangeeft dat een handeling is afgerond. Je herkent het meestal aan de hulpwerkwoorden hebben, zijn of worden. Bijvoorbeeld: Ik heb gefietst, Zij is vertrokken, De deur is gesloten.
Regelmatige voltooid deelwoorden
Voorbeelden:
- maken → gemaakt
- reizen → gereisd
Of je -t of -d schrijft, bepaal je met de regel van ’t ex-kofschip.
’t ex-kofschip:
Kijk naar de laatste letter van de stam (de werkwoordsvorm zonder -en).
- Eindigt de stam op een van de medeklinkers in ’t kofschip (t, k, f, s, ch, p)? → Schrijf -t.
- Eindigt de stam op een andere letter? → Schrijf -d.
Voorbeelden:
- werken → werk → k zit in ’t kofschip → gewerkt
- reizen → reiz → z zit niet in ’t kofschip → gereisd
Onregelmatige voltooid deelwoorden
Sommige werkwoorden volgen geen vaste regel. Ze veranderen van klank of krijgen een heel andere vorm. Deze moet je uit je hoofd leren.
Voorbeelden:
- vinden → gevonden
- zien → gezien
- lopen → gelopen
- nemen → genomen
- doen → gedaan
- zijn → geweest
- besluiten → besloten
Oefeningen
Vul het voltooid deelwoord in (regelmatige werkwoorden)
Vul het voltooid deelwoord in (onregelmatige werkwoorden)
Vul het voltooid deelwoord in (gemixt)