BETA Versie: We doen ons uiterste best om deze site foutloos te houden, maar er kan een foutje in sluipen. Zie je iets? Laat het ons weten in een reactie onderaan de pagina. Alvast bedankt!

Persoonsvorm verleden tijd (pvvt)

De persoonsvorm is het werkwoord in de zin dat verandert als je de tijd of het onderwerp verandert.
In de verleden tijd geeft de persoonsvorm aan dat iets al is gebeurd.

Er zijn twee soorten werkwoorden:

Gebruik het ’t ex-kofschip:

  • Kijk naar de laatste letter van de stam.
  • Staat de letter in ’t ex-kofschip, dan komt er in de verleden tijd -te(n) achter.
  • Anders gebruik je -de(n).

Voorbeelden:

  • werken → stam = werkk zit in ’t ex-kofschip → werkte(n)
  • leven → stam = levv niet in ’t ex-kofschip → leefde(n)

Die moet je uit je hoofd leren.
Bijv. zijn → was/waren, hebben → had/hadden, gaan → ging/gingen, zien → zag/zagen.

NrTegenwoordige tijdStamLaatste letter stamIn ’t ex-kofschip?UitlegPVVT
1Ik werk.werkkjak staat in ’t ex-kofschip → -teIk werkte.
3Hij maakt een tekening.maakkjak staat in ’t ex-kofschip → -teHij maakte een tekening.
4Wij spelen buiten.speellneel staat niet in ’t ex-kofschip → -denWij speelden buiten.
5Ik lach om de grap.lachchjach staat in ’t ex-kofschip → -teIk lachte om de grap.
6Jij antwoordt snel.antwoorddneed staat niet in ’t ex-kofschip → -deJij antwoorde snel.
7Hij fietst naar school.fietssjas staat in ’t ex-kofschip → -teHij fietste naar school.
8Wij bellen oma.bellneel staat niet in ’t ex-kofschip → -denWij belden oma.
9Ik pak mijn tas.pakkjak staat in ’t ex-kofschip → -teIk pakte mijn tas.
10Jij ademt diep in.ademmneem staat niet in ’t ex-kofschip → -deJij ademde diep in.
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
Ik ben blij.Ik was blij.
Wij hebben veel tijd.Wij hadden veel tijd.
Jij gaat naar school.Jij ging naar school.
Hij doet zijn huiswerk.Hij deed zijn huiswerk.
Wij zien de film.Wij zagen de film.
Ik kom te laat.Ik kwam te laat.
Jij neemt een koekje.Jij nam een koekje.
Wij eten pizza.Wij aten pizza.
Zij denken goed na.Zij dachten goed na.
Ik lees een boek.Ik las een boek.

Regelmatige werkwoorden

Onregelmatige werkwoorden

Gemixt