Wat is de persoonsvorm?
De persoonsvorm (afgekort als pv) is het werkwoord in de zin dat:
- kan veranderen van tijd (tegenwoordige tijd ↔ verleden tijd)
- meeverandert met het onderwerp (ik loop → hij loopt)
Hoe vind je de persoonsvorm?
Er zijn drie manieren om de persoonsvorm te vinden:
1. Tijdproef
- Zet de zin in een andere tijd (verleden of tegenwoordige tijd).
- Het werkwoord dat verandert, is de persoonsvorm.
Voorbeeld:
- Nu: Wij eten pizza.
- Toen: Wij aten pizza.
eten/aten is de persoonsvorm.
2. Vraagproef
- Maak van de zin een ja/nee-vraag.
- Het eerste woord van de vraag is de persoonsvorm.
Voorbeeld:
- Zin: Jullie gaan naar school.
- Vraag: Gaan jullie naar school?
gaan is de persoonsvorm.
3. Getalproef
- Verander het onderwerp van enkelvoud naar meervoud (of omgekeerd).
- Het werkwoord dat meeverandert, is de persoonsvorm.
Voorbeeld:
- Enkelvoud: Hij loopt snel.
- Meervoud: Zij lopen snel.
loopt/lopen is de persoonsvorm.
Belangrijk om te onthouden
- Een enkelvoudige zin bevat maar één persoonsvorm en heeft dus maar één hoofdzin.
- Zodra er twee of meer persoonsvormen in een zin staan, spreek je van een samengestelde zin (meerdere hoofdzinnen of een hoofdzin + bijzin).
Voorbeeld:
Ik denk dat hij morgen komt.
- denk (hoofdzin) en komt (bijzin) zijn beide persoonsvormen.
Voorbeelden
- Zij werken in de winkel. → werken is de persoonsvorm
- Gisteren regende het hard. → regende is de persoonsvorm
- Kijk! Daar loopt een kat. → loopt is de persoonsvorm
Oefeningen
Enkelvoudige zinnen
- Oefening 1 – Klik de persoonsvorm aan in de zin
- Oefening 2 – Klik de persoonsvorm aan in de zin
- Oefening 3 – Klik de persoonsvorm aan in de zin
- Oefening 4 – Klik de persoonsvorm aan in de zin
- Oefening 5 – Klik de persoonsvorm aan in de zin
Samengestelde zinnen
- Oefening 6 – Klik de persoonsvormen aan in de zin
- Oefening 7 – Klik de persoonsvormen aan in de zin
- Oefening 8 – Klik de persoonsvormen aan in de zin
- Oefening 9 – Klik de persoonsvormen aan in de zin
- Oefening 10 – Klik de persoonsvormen aan in de zin