Wat is het meewerkend voorwerp?
Het meewerkend voorwerp geeft aan aan wie of voor wie iets gebeurt in de zin.
Vaak is het de persoon die iets krijgt of voor wie iets gedaan wordt.
Hoe vind je het meewerkend voorwerp?
Je stelt de vraag:
Aan wie / voor wie + gezegde + onderwerp + lijdend voorwerp?
Voorbeeld:
- Ik geef mijn broer een cadeau.
- Onderwerp = ik (wie geeft?)
- Gezegde = geef
- Lijdend voorwerp = een cadeau (wat geef ik?)
- Vraag: Aan wie geef ik een cadeau?
- Antwoord: mijn broer → dat is het meewerkend voorwerp.
Meer voorbeelden
- De juf vertelt de leerlingen een verhaal.
→ Aan wie vertelt de juf een verhaal? → de leerlingen = meewerkend voorwerp - Ik stuur mijn vriendin een kaart.
→ Aan wie stuur ik een kaart? → mijn vriendin = meewerkend voorwerp - Hij leent zijn buurman een ladder.
→ Aan wie leent hij een ladder? → zijn buurman = meewerkend voorwerp - Wij geven onze ouders een cadeau.
→ Aan wie geven wij een cadeau? → onze ouders = meewerkend voorwerp
Belangrijk om te onthouden
- Het meewerkend voorwerp is meestal een persoon of groep.
- Vaak kun je er “aan” of “voor” vóór zetten:
- Ik schrijf (aan) mijn oma een brief.
- Een zin hoeft niet altijd een meewerkend voorwerp te hebben.
- Ik koop een boek. → hier is alleen een lijdend voorwerp, geen meewerkend.
Oefeningen
Klik het meewerkend voorwerp aan in de zin
Vul het lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp in