Hoe vind je het lijdend voorwerp?
Je kunt het lijdend voorwerp (lv) in een zin vinden door te vragen:
Wie of wat + gezegde + onderwerp?
Het antwoord op deze vraag is het lijdend voorwerp. Let wel op, niet in elke zin hoeft een lijdend voorwerp te staan.
Voorbeeld:
- Tom leest een boek.
- Onderwerp = Tom (wie leest?)
- Gezegde = leest
- Vraag: Wat leest Tom?
- Antwoord: een boek → dat is het lijdend voorwerp.
Meer voorbeelden
- De leraar legt de grammatica uit.
→ Wat legt de leraar uit? → de grammatica = lijdend voorwerp - Ik eet een appel.
→ Wat eet ik? → een appel = lijdend voorwerp - Zij koopt nieuwe schoenen.
→ Wat koopt zij? → nieuwe schoenen = lijdend voorwerp - De hond bijt de bal kapot.
→ Wat bijt de hond kapot? → de bal = lijdend voorwerp
Oefeningen
Klik het lijdend voorwerp aan in de zin:
- Oefening 1 – Klik het lijdend voorwerp aan in de zin
- Oefening 2 – Klik het lijdend voorwerp aan in de zin
- Oefening 3 – Klik het lijdend voorwerp aan in de zin
- Oefening 4 – Klik het lijdend voorwerp aan in de zin
- Oefening 5 – Klik het lijdend voorwerp aan in de zin
Vul het lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp in