Wat is het onderwerp?
Het onderwerp van een zin is het woord of de woordgroep die aangeeft wie of wat iets doet of waarover iets wordt gezegd. Het onderwerp is vaak een zelfstandig naamwoord of een voornaamwoord.
Hoe herken je het onderwerp?
- Wie of wat + gezegde?
Je kunt de vraag stellen: Wie of wat + gezegde?
Het antwoord op deze vraag is het onderwerp.
Voorbeeld:
- De jongen speelt buiten.
- Vraag: Wie speelt? → De jongen is het onderwerp.
- Maak de zin vragend om het onderwerp te vinden
Het onderwerp bepaalt de vervoeging van de persoonsvorm (het werkwoord).
Door de zin vragend te maken, zie je meteen welk woord of welke woordgroep het onderwerp is.
Voorbeeld:
- De kat loopt snel.
- Loopt de kat snel? → de kat is het onderwerp.
- De katten lopen snel.
- Lopen de katten snel? → de katten is het onderwerp.
Belangrijk om te weten
- Het onderwerp staat meestal vóór de persoonsvorm in een zin.
- Bij een vraag of bij een bijzin kan de volgorde anders zijn.
- Een zin kan maar één onderwerp hebben.
Voorbeelden
De leraar legt de les uit. → onderwerp: De leraar
Zij werken hard. → onderwerp: Zij
Het grote huis staat aan het meer. → onderwerp: Het grote huis
Sara en Tim spelen buiten. → onderwerp: Sara en Tim
Oefeningen
- Oefening 1 – Klik het onderwerp aan in de zin
- Oefening 2 – Klik het onderwerp aan in de zin
- Oefening 3 – Klik het onderwerp aan in de zin
- Oefening 4 – Klik het onderwerp aan in de zin
- Oefening 5 – Klik het onderwerp aan in de zin