BETA Versie: We doen ons uiterste best om deze site foutloos te houden, maar er kan een foutje in sluipen. Zie je iets? Laat het ons weten in een reactie onderaan de pagina. Alvast bedankt!

De persoonsvorm tegenwoordige tijd (pvtt)

OnderwerpVormVoorbeeld (werken)
ikstamik werk
jij / hij / zij / het / ustam + tjij werkt
wij / jullie / zijhele werkwoordwij werken

Voorbeeld 1 – lezen

  • Ik lees een spannend boek.
  • Jij/zij/hij/het/u leest een spannend boek.
  • Wij/jullie/zij lezen een spannend boek.

Voorbeeld 2 – maken

  • Ik maak mijn huiswerk.
  • Jij/zij/hij/het/u maakt het huiswerk.
  • Wij/jullie/zij maken het huiswerk.

Voorbeeld 3 – vinden

  • Ik vind het een goed idee.
  • Jij/zij/hij/het/u vindt het een goed idee.
  • Wij/jullie/zij vinden het een goed idee.

Soms twijfel je of een werkwoord eindigt op d of dt.
Gebruik dan deze regels om het goed te schrijven:

Je schrijft dt aan het eind van een werkwoord als aan al deze voorwaarden wordt voldaan:

  1. De stam eindigt op een d (zoals bij worden → word).
  2. Het werkwoord een persoonsvorm is.
  3. Het in de tegenwoordige tijd staat. (In de verleden tijd schrijf je nooit dt.)
  4. Het hoort bij jij / hij / zij / het / u.
OnderwerpVoorbeeld (worden)
ikik word morgen wakker
jijjij wordt morgen wakker
hijhij wordt morgen wakker
zijzij wordt morgen wakker
hethet wordt morgen druk
uu wordt geholpen
wijwij worden vrolijk
julliejullie worden verwacht
zijzij worden boos

Vul de pvtt in:

d of dt?