Een bezittelijk voornaamwoord geeft aan van wie of waarvan iets is. Het staat altijd bij een zelfstandig naamwoord en laat zien dat iets bij iemand of iets hoort.
Voorbeelden:
- Dat is mijn fiets.
- Heb jij jouw huiswerk af?
- Zij zoekt haar sleutels.
- Wij hebben onze jas meegenomen.
- Is dit jullie hond?
- Hij verkocht zijn auto.
- Ik geef het aan hun moeder.
Overzicht van bezittelijke voornaamwoorden:
| Persoon | Enkelvoud | Meervoud |
|---|---|---|
| 1e persoon | mijn | ons / onze |
| 2e persoon | jouw / uw | jullie / uw |
| 3e persoon | zijn / haar | hun |
Belangrijk om te weten:
- Het bezittelijk voornaamwoord hoort altijd bij een zelfstandig naamwoord.
- Dit is mijn boek.
- Als het niet bij een zelfstandig naamwoord staat, dan gebruik je vaak een ander woord:
- Is dit boek van jou? (hier is “jou” geen bezittelijk voornaamwoord maar een persoonlijk voornaamwoord).
Lees hier over het verschil tussen het bezittelijk en persoonlijk voornaamwoord
Oefeningen
Klik het bezittelijk voornaamwoord aan