BETA Versie: We doen ons uiterste best om deze site foutloos te houden, maar er kan een foutje in sluipen. Zie je iets? Laat het ons weten in een reactie onderaan de pagina. Alvast bedankt!

Past Simple

De past simple is de verleden tijd in het Engels. Je gebruikt deze tijd voor handelingen of gebeurtenissen die in het verleden zijn begonnen én afgerond. De handeling speelt zich helemaal in het verleden af. De past simple wordt ook wel de simple past genoemd.

Deze uitleg behandelt zowel regelmatige als onregelmatige werkwoorden, legt uit wanneer je de past simple gebruikt en beschrijft de belangrijkste uitzonderingen.

De past simple gebruik je voor:

  1. Acties die in het verleden zijn voltooid.
  2. Situaties die duidelijk in het verleden plaatsvonden en niet meer bezig zijn.
  3. Reeksen gebeurtenissen in het verleden.
  4. Gewoonten of feiten in het verleden die nu niet meer gelden.

Voorbeeld:

  • I played soccer yesterday.
  • He went home.

Sommige woorden laten zien dat een zin in de past simple moet staan. Veelgebruikte signaalwoorden zijn:

  • yesterday
  • last Tuesday, last Wednesday, last Friday
  • one year ago, two months ago, one week ago
  • in 2010, in 2003, in 2018
  • a long time ago, six days ago

Bij regelmatige werkwoorden voeg je in de past simple -ed toe aan de stam.

Voorbeelden:

  • play → played
  • walk → walked
  • clean → cleaned

Voorbeeldzinnen:

  • I played soccer yesterday.
  • We walked to the library this morning.
  • They cleaned the room.
  1. Werkwoorden die eindigen op -y
    • Medeklinker + y → y wordt ied
      • cry → cried
  2. Werkwoorden die eindigen op -e
    • Alleen -d toevoegen
      • race → raced
  3. Werkwoorden die eindigen op -c
    • Krijgen -ked
      • mimic → mimicked
  4. Werkwoorden die eindigen op -l, voorafgegaan door een klinker
    • Verdubbel de l
      • distil → distilled
  5. Werkwoorden met patroon medeklinker + klinker + medeklinker (korte klank)
    • Verdubbel de laatste medeklinker
      • beg → begged

Onregelmatige werkwoorden krijgen geen -ed. Ze hebben een eigen verleden tijdsvorm. Het rijtje onregelmatige werkwoorden moet je uit het hoofd leren. Klik hier voor de complete lijst.

Voorbeelden:

  • sing → sang
  • sink → sank
  • go → went
  • have → had

Voorbeeldzinnen:

  • I sang a song.
  • The ship sank.
  • He went home.

Let op: je kunt bij onregelmatige werkwoorden nooit simpelweg -ed toevoegen.

Onjuist: singed, sinked, goed, doed
Correct: sang, sank, went, did

Ontkennende zinnen in de past simple maak je met did not of didn’t.
Het werkwoord blijft in de hele vorm (infinitief). Er is geen verschil tussen regelmatige en onregelmatige werkwoorden.

Voorbeelden:

  • I did not play soccer. / I didn’t play soccer.
  • The ship did not sink. / The ship didn’t sink.
  • She did not go abroad. / She didn’t go abroad.

Vragen in de past simple maak je met did + hele werkwoord.

Voorbeelden:

  • Did I play tennis?
  • Did the ship sink?
  • Did they go abroad?
  • Did we go abroad?

Na did gebruik je altijd het hele werkwoord, nooit de verleden tijd.


Bevestigende zinnen

Ontkennende zinnen

Vragende zinnen

Past simple met onregelmatige werkwoorden