De past simple is de verleden tijd in het Engels. Je gebruikt deze tijd voor handelingen of gebeurtenissen die in het verleden zijn begonnen én afgerond. De handeling speelt zich helemaal in het verleden af. De past simple wordt ook wel de simple past genoemd.
Deze uitleg behandelt zowel regelmatige als onregelmatige werkwoorden, legt uit wanneer je de past simple gebruikt en beschrijft de belangrijkste uitzonderingen.
Wanneer gebruik je de Past Simple?
De past simple gebruik je voor:
- Acties die in het verleden zijn voltooid.
- Situaties die duidelijk in het verleden plaatsvonden en niet meer bezig zijn.
- Reeksen gebeurtenissen in het verleden.
- Gewoonten of feiten in het verleden die nu niet meer gelden.
Voorbeeld:
- I played soccer yesterday.
- He went home.
Signaalwoorden
Sommige woorden laten zien dat een zin in de past simple moet staan. Veelgebruikte signaalwoorden zijn:
- yesterday
- last Tuesday, last Wednesday, last Friday
- one year ago, two months ago, one week ago
- in 2010, in 2003, in 2018
- a long time ago, six days ago
Regelmatige werkwoorden
Bij regelmatige werkwoorden voeg je in de past simple -ed toe aan de stam.
Voorbeelden:
- play → played
- walk → walked
- clean → cleaned
Voorbeeldzinnen:
- I played soccer yesterday.
- We walked to the library this morning.
- They cleaned the room.
Uitzonderingen bij regelmatige werkwoorden
- Werkwoorden die eindigen op -y
- Medeklinker + y → y wordt ied
- cry → cried
- Medeklinker + y → y wordt ied
- Werkwoorden die eindigen op -e
- Alleen -d toevoegen
- race → raced
- Alleen -d toevoegen
- Werkwoorden die eindigen op -c
- Krijgen -ked
- mimic → mimicked
- Krijgen -ked
- Werkwoorden die eindigen op -l, voorafgegaan door een klinker
- Verdubbel de l
- distil → distilled
- Verdubbel de l
- Werkwoorden met patroon medeklinker + klinker + medeklinker (korte klank)
- Verdubbel de laatste medeklinker
- beg → begged
- Verdubbel de laatste medeklinker
Onregelmatige werkwoorden
Onregelmatige werkwoorden krijgen geen -ed. Ze hebben een eigen verleden tijdsvorm. Het rijtje onregelmatige werkwoorden moet je uit het hoofd leren. Klik hier voor de complete lijst.
Voorbeelden:
- sing → sang
- sink → sank
- go → went
- have → had
Voorbeeldzinnen:
- I sang a song.
- The ship sank.
- He went home.
Let op: je kunt bij onregelmatige werkwoorden nooit simpelweg -ed toevoegen.
Onjuist: singed, sinked, goed, doed
Correct: sang, sank, went, did
Ontkennende zinnen
Ontkennende zinnen in de past simple maak je met did not of didn’t.
Het werkwoord blijft in de hele vorm (infinitief). Er is geen verschil tussen regelmatige en onregelmatige werkwoorden.
Voorbeelden:
- I did not play soccer. / I didn’t play soccer.
- The ship did not sink. / The ship didn’t sink.
- She did not go abroad. / She didn’t go abroad.
Vragende zinnen
Vragen in de past simple maak je met did + hele werkwoord.
Voorbeelden:
- Did I play tennis?
- Did the ship sink?
- Did they go abroad?
- Did we go abroad?
Na did gebruik je altijd het hele werkwoord, nooit de verleden tijd.
Oefeningen
Bevestigende zinnen
Ontkennende zinnen
Vragende zinnen
Past simple met onregelmatige werkwoorden